• Nieuws
  • Werken bij
  • Contact
  • Beter sturen op omzetverlies in het ZPM? Dit doet GGZ Delfland om grip op de cijfers te krijgen

    ggz zpm

    Een groot aantal GGZ-instellingen is voorzichtig gestart met factureren in het ZorgPrestatieModel (ZPM), maar de resultaten voor 2022 zijn nog steeds onzeker. Verreweg de meeste instellingen zien een flink omzetverlies in 2022 en het is lastig om grip te krijgen op de oorzaken en mogelijke oplossingen.

    Arent van der Heide, financieel directeur van GGZ Delfland deelde tijdens de sectordag GGZ van Fizi zijn visie op het omzetverlies, de oorzaken en de manieren om weer grip te krijgen op de cijfers. Arent: “Om voor 2023 het inkomstenverlies op te vangen, moeten we flink bijsturen en de lessen trekken uit de cijfers van 2022.”

    Onderscheid prijs- & volume-effect

    Gemiddeld is de omzet met zo’n 7% gedaald (conform Gupta rapport juni 2022), maar daar is niet één oorzaak voor. Arent stelt dat je de oorzaken van het omzetverlies wel kunt verdelen in een prijseffect en een volume-effect.

    Arent: “Als je het prijseffect en het volume-effect uit elkaar kunt halen, dan kun je laten zien op welk deel van je inkomstenverlies je zelf invloed hebt. Het volume-effect kun je terugleiden naar je eigen bedrijfsvoering en komt met name door verzuim, no show en vacatures. Daar heeft COVID een groot effect op gehad. Het prijseffect is direct terug te leiden naar het ZPM.”

    Het opknippen in een volume- en prijseffect zorgt ervoor dat het deel van het omzetverlies dat een gevolg is van de implementatie ZPM en het deel dat komt door COVID of andere oorzaken uit elkaar worden gehaald.

    Het volume-effect

    Het volume-effect komt door verhoogd ziekteverzuim en meer no-show sinds COVID, maar ook door openstaande vacatures en ander productiviteitsverlies. De no-show is bijvoorbeeld flink toegenomen sinds corona, maar dat is niet meegenomen in de kostprijs. Vroeger werd no-show vaak ingevuld met indirecte tijd die je kon declareren, maar dat levert in het ZPM geen omzet meer op.

    Arent: “Als je dat wilt oplossen, zou je het met de vliegtuigmaatschappij-methode moeten doen: cliënten overboeken. En dat is in de GGZ toch niet hetzelfde als bij KLM. Je moet er dus op een andere manier mee omgaan, en dat bespreekbaar maken met de verzekeraars. Als de hogere no-show en ziekteverzuim de nieuwe standaard worden, dan zou je het mee moeten nemen in de tarieven.”

    Het prijseffect berekenen

    Het prijseffect is een direct gevolg van het ZPM. Uit analyse van ValueCare (gebaseerd op de data van bijna 40 grote GGZ-instellingen) blijkt dat het ZPM bij dezelfde productie tot veel lagere inkomsten leidt. Door de nieuwe bekostiging vallen de uurtarieven van de meeste GGZ-instellingen in 2022 flink lager uit dan in 2021.

    Als je het prijseffect (en dus de impact van het ZPM) wilt uitrekenen voor jouw instelling, kun je dat doen door het directe uurtarief van 2021 te indexeren en te vergelijken met het directe uurtarief in 2022. Met die vergelijking kun je in de onderhandelingen met de verzekeraars het werkelijke verschil voor en na het ZPM laten zien.

    Je moet dan de berekeningen van 2021 opnieuw maken, zonder dagbesteding (als je die had). En dan een vergelijking maken met 2022. Kom je lager uit, dan zou je daar een transitievergoeding voor moeten krijgen. Of als ze niet compenseren voor 2022, dan moet het in elk geval meegenomen worden voor 2023. Arent: “Wij hebben deze vergelijking gemaakt en met alle verzekeraars gesprekken gevoerd. En we zien dat ze gaan bewegen.”

    Benchmark vergelijken

    Om meer zicht te krijgen op de belangrijkste oorzaken van omzetverlies in jouw instelling, helpt het om de cijfers vergelijken met die van andere instellingen. Wat zie je bij je eigen instelling en wat bij andere instellingen? Door samen te werken met andere instellingen en de cijfers van ValueCare te gebruiken, kun je onderzoeken waar de verschillen zitten en hoe die ontstaan. De productmix en de gemiddelde bedprijs verschillen bijvoorbeeld enorm per instelling.

    Arent: “Met de benchmark proberen wij de symmetrie van informatie tussen GGZ-instellingen en verzekeraars op orde te krijgen. Verzekeraars kennen de cijfers van andere instellingen ook. Nu kan ik zeggen als we bijvoorbeeld te horen krijgen dat onze bedprijs te hoog is: ‘Uit onze benchmark blijkt iets anders.’ Daardoor sta je een stuk sterker in de onderhandelingen.”

    Onderhandelen

    Om het omzetverlies op te vangen als GGZ-instelling kun je dus niet volstaan met maar één oplossing. Je zult veel moeten meenemen in de onderhandelingen met de verzekeraars. Hoe meer feiten je hebt over je cijfers, hoe sterker je staat.

    ValueCare maakt gebruik van cookies. Meer weten? Lees ons privacy statement en cookieverklaring.